VOETJE OVER...
WAT IS DE OORZAAK VAN, OF WAT IS DE FUNCTIE VAN... DE VOET ZIT VOL VERRASSINGEN
ANATOMIE VAN DE VOET
Een voet bestaat uit drie delen:
- de tenen;
- de middenvoet;
- de voetwortel.
Tenen
De tenen hebben allemaal drie kootjes, alleen de grote teen heeft er twee.
Middenvoet en voetwortel
In de middenvoet zitten vijf beenderen (middenvoetsbeentjes).
In de voetwortel bevinden zich zeven botten. Deze bestaat uit het hielbeen, spongbeen, scheepsvormige bot, kubusvormige bot en de drie wigvormige beentjes.
Het sprongbeen (talus) is de basis van het enkelgewricht en past precies in de ‘kom', die het scheenbeen en kuitbeen vormen.
Op de botten van het enkelgewricht en de voet zit kraakbeen, een elastische laag die als schokdemper functioneert en zorgt dat de voet en de enkel soepel kunnen bewegen.
Ter hoogte van de middenvoetsbeenderen zit de voetboog. Dit is het deel van de voet dat de grond niet raakt bij een staande houding.
Gewrichtsbanden
De stevigheid van de voet wordt vooral door de gewrichtsbanden bepaald. Deze bestaan uit bindweefsel wat de voet stabiel maakt en tevens zorgt dat botten op hun plaats blijven zitten.
DE 26 BOTTEN VAN DE VOET EN DE FUNCTIE
Voorvoet (14 botten)
Zorgt voor afzet, balans en grip. De tenen geven je stabiliteit en helpen bij het voortstuwen tijdens het lopen.
Tenen (falanges) – 14 botjes
Grote tenen: elk 2 teenkootjes. functie: afzetten en balans
Overige 4 tenen: elk 3 teenkootjes. functie: evenwicht en grip
Middenvoetsbeentjes (metatarsalia) Dit zijn 5 stuks
Functie van de middenvoetsbeentjes is het lichaamsgewicht gelijkmatig over de voet verdelen en kracht kunnen zetten bij het afwikkelen van de voet.
Eerste middenvoetsbeentje – functie: bij afzetten
Tweede middenvoetsbeentje – functie: stabiliteit
Derde middenvoetsbeentje – functie: verdeling van het gewicht
Vierde middenvoetsbeentje – functie: stabiliteit buitenzijde voet
Vijfde middenvoetsbeentje – functie: balans houden en steun bieden aan de buitenrand van de voet
Middenvoet (5 botten)
De middenvoet vormt de stevige basis van de voetboog en zorgt voor demping door krachten te verdelen tussen de voor- en de achtervoet.
Voetwortelbeentjes (tarsalia)
Wigbeentje mediaal (cuneiforme mediale) – functie: binnenboog ondersteuning
Wigbeentje intermediair (cuneiforme intermedium) – functie: stabiliteit geven aan de middenvoet
Wigbeentje lateraal (cuneiforme laterale) – functie: het bieden van ondersteuning aan de buitenrand van de voet
Kubiekbeentje (os cuboideum) – functie: schokdemping
Scheepvormig been (os naviculare) – functie: belangrijkste steunpunt van de voetboog
Achtervoet ; 2 botten m.m. het hielbeen en het spronbeen
Vangt schokken op en verbindt de voet met het onderbeen. Het hielbeen absorbeert impact, het sprongbeen maakt draai- en kantelbewegingen mogelijk.
Hielbeen (calcaneus) – functie: schokabsorptie en aanhechting van de achillespees
Sprongbeen (talus) – functie: verbinding met onderbeen en maakt draai- en kantelbewegingen mogelijk.
Anatomie van de voet: De 33 gewrichten
Grote gewrichten (7 stuks)
Maken de hoofdbewegingen mogelijk: functie: voet op/neer, in/uit kantelen, en flexibiliteit voor terreinaanpassing.
Bovenste spronggewricht (art. talocruralis) – functie: het buigen van de voet
Onderste spronggewricht (art. subtalaris) – functie binnen- en buitenwaards kantelen
Chopart-gewricht (art. transversa tarsi) – functie: dwarse voetflexibiliteit en speelt een belangrijke rol bij de beweging en stabiliteit van de voet tijdens het lopen
Lisfranc-gewrichten (tarsometatarsale gewrichten) – functie: aanpassing van de voorvoet aan de ondergrond
Metatarsofalangeale gewrichten (5 stuks) – functie: het buiten van de tenen, strekken en spreiden
Kleine gewrichten (26 stuks)
Zorgen voor fijnmotoriek en micro-aanpassingen, zodat je voet zich kan aanpassen aan elk oppervlak.
Interfalangeale gewrichten van de tenen – functie: zorgen voor het beheersen van de fijne motoriek.
Intertarsale gewrichten – functie: flexibiliteit van de voetzool
Intermetatarsale gewrichten –functie: spelen een rol in de stabiliteit en beweging van de voet.
Anatomie van de voet: De 100+ spieren, pezen en banden
Intrinsieke voetspieren (in de voet zelf)
Zorgen voor de fijne controle, teenspreiding, grip en ondersteuning van de voetboog van binnenuit.
Plantaire laag 1 (oppervlakkig)
Korte teenbuiger (flexor digitorum brevis) – functie: tenen kunnen buigen voor grip
Korte grote teenbuiger (flexor hallucis brevis) –functie: grote teen buigen voor afzet
Kleine teenbuiger (abductor digiti minimi) –functie: kleine teen van anderen wegbuigen
Grote teenafbuiger (abductor hallucis) – functie: grote teen naar binnen trekken
Plantaire laag 2
Vierkante voetzoolspier (quadratus plantae) – functie: helpt bij het buigen van met name de vier kleine tenen
Wormvormige spieren (lumbricals) – dit zijn 4 stuks – functie: spreiden en buiten van de tenen.
Korte grote teenstrekker (adductor hallucis) – functie: de grote teen naar binnen bewegen en voor de stabiliteit.
Kleine teenbuiger (flexor digiti minimi brevis) – functie: het buigen van de kleine teen
Plantaire laag 4
Tussenbeen(skelet)spieren (interossei) – 7 stuks – functie: de tenen spreiden en naar elkaar trekken
Rug(boven)zijde voet
Korte teenstrekker (extensor digitorum brevis) – functie: de tenen 2, 3 en 4 omhoog trekken.
Korte grote teenstrekker (extensor hallucis brevis) – functie: de grote teen omhoog trekken
Extrinsieke voetspieren (vanuit het onderbeen) leveren de grote kracht voor het lopen, rennen en springen. Zorgen voor op/neer bewegen en in/uit kantelen van de voet.
Voor
Derde kuitbeenspier (fibularis tertius) – functie: de voet heffen en naar buiten draaien
Lange grote teenstrekker (extensor hallucis longus) functie: grote teen strekken en voet heffen
Lange teenstrekker (extensor digitorum longus) functie: tenen strekken voor contact met de ondergrond
Voorste scheenbeenspier (tibialis anterior) functie: de voet omhoog en naar binnen bewegen
Midden
Korte kuitbeenspier (fibularis brevis) functie: voet kantelen naar buiten
Lange kuitbeenspier (fibularis longus) functie: de voet naar buiten draaien en tevens voetboog ondersteuning
Achter
Kuitspier (gastrocnemius) functie: stevige afzet kunnen maken en springen
Scholspier (soleus) functie: het stabiliseren van het onderbeen bij staan en lopen.
Musculus plantaris functie: lichte ondersteuning bij de afzet
Achterste scheenbeenspier (tibialis posterior) – functie: hoofdsteun voetboog
Lange teenbuiger (flexor digitorum longus) functie: tenen buigen voor grip op ondergrond
Lange grote teenbuiger (flexor hallucis longus) functie: de grote teen krachtig buigen voor afzet
pezen
Verbinden spieren met botten en zorgen voor krachtoverbrenging. Zonder je pezen geen beweging.
Achillespees (dikste pees van het lichaam!) functie:– krachtoverbrenging voor afzet en springen
Flexor hallucis longus pees functie: grote teen kracht voor afzet
Peroneus longus pees, dit is de dwarse voetboog ondersteuning
Plantaire fascie (voetboogsteun) functie: de voetboog in vorm houden en schokabsorptie
Tibialis posterior pees functie: belangrijkste voetboog stabilisator
banden
Achterste talusfibulaire band – voorkomt achterwaartse instabiliteit
Banden verbinden bot met bot en zorgen voor stabiliteit en het bij elkaar houden van gewrichten.
Calcaneofibulaire band – voorkomt zijwaarts omklappen van de enkel
Korte plantaire band – diepe boogondersteuning
Lange plantaire band – hoofdsteun lengtegewelf
Laterale enkelbanden
Lente band (calcaneonaviculaire band) – elastische boogondersteuning bij impac
Mediale enkelbanden (deltoidband)
Tibionaviculaire band – voorkomt binnenzijde instabiliteit
Tibiotalaire band – mediale enkelstabiliteit
Tibiocalcaneale band – ondersteunt mediale kant enkel
Voetboogondersteunende banden
Voorste talusfibulaire band – voorkomt voorwaartse enkelverzwiking